Jip is onze hond. Ik moet schrijven: was onze hond. Vandaag hebben we hem na rijp beraad in laten slapen na een bijna half jaar ziek zijn. In dit stukje wil ik terugblikken op zijn leven als een soort eerbetoon aan hem.
Jip is geboren op 1 maart 1998 en was de een na jongste in het nest. Hij liet zich als pup wegstoten en werd bijgevoerd. 4 Maanden oud kwam hij bij ons. De dag daarna gingen we naar een paardenconcours. Ik zie hem nog later voor de tv zitten, waar ook een springconcours op te zien was. Daar ging zijn koppie van links naar rechts en weer terug: je kon hem zien denken: ik heb dat ook gezien! Hij ging ook meteen mee op vakantie naar Oostenrijk. Maar na terugkomst werd hij ziek. Bloedonderzoek wees uit, dat hij iets in zijn darmen had, wat hij al voor zijn geboorte had. Met speciale pillen kregen we hem weer op de been, maar hij zou altijd een langzame hond blijven. Helaas heb ik uit die eerste tijd geen foto’s op de computer. Hoewel hij de kleinste uit het nest was, groeide hij uit tot de grootste. Zijn va
cht, die er aanvankelijk niet uit zag, werd een mooie vacht, een Airdale waardig!
Van het begin af aan was Jip dol op kinderen. Toen we in 2001 in februari naar Kitzbxc3xbchel gingen met het gezin van onze dochter, die haar 3 maanden oude zoon Pjotr bij zich had, was hij het liefst in de wipstoeltje van Pjotr erbij gekropen. In de zomer van hetzelfde jaar liep hij goed mee met de wandelingen.
Een beetje afkoeling kon hij wel gebruiken, maar zwemmen? Ho maar, verder dan zijn borsthar
en ging hij niet. en dat bleef zo, zijn hele leven lang.
Al gauw bleek tijdens onze wintersportvakanties dat hij gek w
as op sneeuw. Hij werd dan veel viever, danste v
rolijk, sprong midden in de diepe sneeuw en worstelde zich er weer uit. Sneeuw: dat was geweldig!
Wanneer we op vakantie waren, dronk Jip nooit erg veel. Soms vond hij een lekker beekje, waaruit hij slobberde. Maar water uit onze flessen vond hij maar niets. Een keer maakte hij een uitzondering. Dat was in 2003. We waren op vakantie in Semnadisse en gingen wandelen in Guxc3xa9ret. Achteraf bleek, dat het
verboden was om daar te wandelen vanwege het grote brandgevaar. Er heerste een echte hittegolf. We hadden zo’n 2 liter water bij ons en het grootste gedeelte ging deze keer op aan Jip. Je kunt ook echt zien op deze foto, dat hij liever lekker lui bleef liggen dan te moeten lopen. Hij had het met zijn krullenvacht dan ook wel heel warm. En een hond kan alleen afkoelen door zijn tong, die dan bij
hem ook flink uit zijn bek
hing.
Wandelen wanneer het niet zo warm was, ging veel beter. Hij kon kilometers lopen in Oostenrijk zonder een enkel probleem. Waren we weer terug in Nederland, dan vond hij zijn dagelijkse wandeling kennelijk maar saai. Hier met Els op de wandeling tussen de laatste sneeuw (het was al mei), heeft hij echt zoiets van: waar blijven jullie nu? Ja, de foto was zo belan
grijk! Els was voor de eerste keer in Oostenrijk, dus die wilde ook wel even laten zien, dat ze bij de sneeuw was geweest. In die zomer van 2004 was ook Pieter met zijn gezin in Kitz. Dat was gezellig! Met zijn allen wandelen naar de Melkalm en daar wat drinken. En je loopt zo gemakkelijk hier dat paadje af.
En dan bij thuiskomst, wie is daar? Griekse Karla bij de buren. Karla is gek op dieren en speciaal op jou, Jip! Ze komt bijna meteen, als ze logeert bij haar opa en oma, kijken hoe het met Jip is. En als hij dan op vakantie is, kan ze haast niet wachten tot hij er is. Hoe goed de relatie tussen Jip en Karla is, merken we het jaar daarop in 2005.
Met vrienden gaan we een rondreis Polen maken. Zij hebben 2 teckels Rebbel en Joris.
De kleine honden zijn dol op Jip. Dus dat gaat allemaal goed. Jip laat zich door die twee kleine keffertjes geen oor aan naaien. Zij hebben een fijn bijttouw om mee te spelen. Dat is leuk! Jip pikt het weg en gaat triomfantelijk bij zijn gejatte touw liggen en waakt erover dat het niet te
ruggepakt wordt. Hij heeft als voordeel dat hij los mag en Joris en Rebbel liggen aan lange lijnen. Hij gaat dus buiten bereik liggen. Slimme hond! In Gdansk komt hij een "broertje" tegen. Spannend! Dat wordt toch even kennismaken en
snuffelen. Ze draaien lekker om elkaar heen, terwijl hun baasjes een praatje maken.
Maar na een grote wandeling door Krakau blijft Jip de dag daarna uitzonderlijk rustig. eerst denken we nog dat dit door de wandeling komt. Maar op de volgende camping blijkt hij bijna jodium te plassen, dus zoeken we een dierenarts. Deze vinden we in Zilina
(Slowenixc3xab). Er blijkt van alles mis te zijn: urine en bloed niet goed. Jip drinkt niet meer, kan haast niet op zijn poten staan en probeert zijn drink en etensbank te ontwijken. Hij gaat meteen na de uitslagen aan het infuus voor xc3xa9n de antibiotica en om vocht naar binnen te krijgen. We boffen, dat de dierenarts in Utrecht heeft gestudeerd. Hij spreekt goed Engels in tegenstelling tot zijn collega’s, die alleen Sloweens spreken. We besluite
n na Jip 4 dagen naar de kliniek gebracht te hebben voor een infuus van 1 1/2 uur terug naar Nederland te rijden. Hij knapt nl. niet echt op en de dierenarts weet niet goed, want er aan de hand is. Het kan van alles zijn: zijn nieren, zijn maag, een gezwel. Niets is goed. We krijgen antibiotica en infuusvloeistof mee, zodat we onderweg niet naar een dierenarts hoeven te zoeken. Op een camping onderweg wordt Jip aan het infuus gelegd. We krijgen natuurlijk de nodige vragen daarover. Het is verschrikkelijk om te zien hoe ziek Jip is. We bellen naar Freek om hem de dierenarts in Nederland te vragen tot hoe laat we terecht kunnen. Gelukkig blijkt dat de hele avond te zijn, zodat we meteen na de caravan even thuis afgekoppeld te hebben, kunnen doorrijden. Met alle uitslagen die we van de dierenarts in Slowenixc3xab meekregen, blijkt het voor de dierenarts in Nederland iets gemakkelijker te zijn een vermoedelijke diagnose te stellen. In Nederland is nl. al bekend, dat de ziekte Babiosis rondwaart. Deze ziekte wordt overgebracht door teken. Hij is dodelijk, als je er niet snel genoeg bij bent. Maar het serum ervoor hadden maar weinig dierenartsen op dat moment in de praktijk. Toevallig de onze wel. En hoewel hij ook dacht aan problemen met de milt, nieren of anderszins, dacht hij toch aan Babiosis en diende Jip het serum toe. Hij werd in de kliniek aan het infuus gelegd en is een week daar gebleven. Maar al knapte hij op en werden de urine en bloeduitslagen beter: hij ging niet uit zichzelf eten en drinken. Toen besloten hem toch mee naar huis te nemen, want het leek ons maar niets, dat hij ineens daar toch dood zou gaan of dat we die beslissing
zouden moeten nemen. Ook thuis begon hij niet echt te drinken. Zijn pillen goed verstopt, wist hij altijd uit de ham of wat dan ook te laten vallen. Al stopte je ze tot achter in zijn keel, later vond je ze weer terug op de grond. Wat te doen? Toch in laten slapen? Hij moest gaan drinken. Of hij voelde, dat we erover spraken: de andere dag dronk hij af en toe een piepklein slokje. En toen kwam Griekse Karla vragen of ze met Jip mee mocht wandelen. Na afloop zei ik tegen JNip: laat Karla eens zien, hoe goed jij kan drinken! En wie schetst onze verbazing: je dronk! Niet meer met kleine slokken, maar echt ouderwets! En de dag daarop, ja, wat heeft Karla met je gedaan?
Je begon bij haar te eten. Eindelijk. En daar kregen we onze oude fiere Jip weer terug. Wat waren we blij en wat waren we Karla dankbaar. Ze wilde dierenarts worden in die tijd. Haar eerste dier had ze genezen!
Wordt vervolgd in dit zelfde artikel!
En hier komt dan het vervolg. Eind 2005 ging Jip dus weer vrolijk mee naar de sneeuw. Deze vakantie zou ook Hester komen met haar ouders. Ischa, hun hond, nog maar net 1 jaar zou naar een kennel gaan. Anders zou het wel erg vol en druk worden in de caravan! Maar o, schrik: Ischa kon nergens ondergebracht worden vanwege Kerst, alles zat vol. Wat te doen? Hester had zich zo op verheugd op een wintersportvakantie. Nou ja, laten we het proberen. Bench zou worden meegenomen, die konden we desnoods overdag onder de tafel schuiven. Wat een vreugde, toen de 2 honden elkaar ontmo
eten na de lange reis. Ze dolden en sprongen om elkaar heen, zodat we besloten ze maar snel uit te laten rond het meer. Maar daarna ging het prima. Jip was de baas, dus Ischa had te luisteren. De bench was helemaal niet nodig, want ze lagen als goede maatjes naast elkaar op hun matje of soms net andersom. En zo bleef het, ook toen Jip later bij Ischa thuis op bezoek ging. Jip was een erg rustige hond over het algemeen, maar wel waaks. Hij
kon bijna met alle honden goed opschieten. Ook met kleine hondjes ging het goed, zoals met de teckels van Nan en Tom, als die op bezoek kwamen. Ze konden blaffen wat ze wilden, het deed hem niets! Daarom viel het des te meer op in de laatste weken van Jip, dat hij angst kreeg voor kleine honden. In onze buurt woont een echtpaar met een stel Jack Russels. Deze kwamen een paar weken terug blaffend op Jip af en gingen rondom hem staan. Normaal zou hij na enige gesnuffel gewoon weg zijn gegaan. Nu stond hij te trillen op zijn benen en de dag daarna, toen hij ze hoorde, wilde hij niet langs dat
huis. Arme Jip. Maar zover was het nu nog niet.
Zijn dagelijkse wandeling ging meestal achter de camping langs ‘s ochtends vroeg. Hij was het niet mee eens, als ik hem bij haast voor de camping langs uit liet. Vaak trok hij dan in de richting van achterlangs. Gaf ik echter niet toe, dan kon hij rustig over het "korte"rondje bijna even lang doen als de "lange" ronde. Er valt dan toch zoveel te snuffelen! ‘s Middags ging hij het liefst met Nol langs De Blauwe kamer lopen. Jip bepaalde graag zelf welke weg er genomen zou worden, vooral ook ‘s avonds. Hij stond dan stokstijf als je een andere kant op wilde gaan. Alleen als we in Oostenrijk gingen wandelen vond hij over het algemeen alles goed, zelfs als we langs "bijtkoeien" moesten lopen.
In de
zomer van 2006 trouwden Freek en Simone. Dan komt er familie, die je niet wekelijks ziet. En heel handig: ze zaten op een camping vlakbij, dus dat was na de bruiloft erheen. Ook voor Jip was dit genieten: lekker met Josje en Eva op stap, ja dat wil ik wel. En zoals ik al eerder schreef: Jip was gek op kinderen. soms was dat wel eens wat angstig, want hij kon dan zo luid blaffen en om ze heen springen, dat dit vooral kleinere kinderen wat angst aanjoeg. Maar toch, als ze eenmaal wisten, dat hij blafte en sprong en verder niets deed, dan was het knuffelen geblazen met deze grote krullenhond, die bijna op
een teddybeer leek. Zowel Pleun (kleindochter van 4 toen) op de camping in Nederland als Brit (kleindochter van vrienden, 5) wilden graag even bij hem zijn. Jip vond het allemaal best.
In 2008 kregen Pieter en Marleen een Border Collie: Sem. En hier
was het verschil: Jip rustig liggend, een oude hond, en Sem, nog snuffelend, jong. En zo rustte Jip ook heel graag uit, als zijn oude baasje ook moe van een spannend avontuur met Jan (liever dwars door het bos dan het pad, maar dat viel tegen) lui tegen een boomstam zat. Moesten ze echt nog verder?
En dan begin december vlak voordat we naar Oostenrijk gaan, ontdekt de trimmer, dat je en gezwel aan je poot hebt. Hij denkt een ontsteking, maar de dierenarts denkt meteen aan kanker. Hij neemt een punctie van het gezwel en een uit je lies. En in Oostenrijk horen we via een mail, dat je uitgezaaide kanker hebt. Er is niets meer aan te doen, alleen afwachten hoe het verder met je zal gaan.
Sinterklaas vieren we de dag voor we naar Oostenrijk vertrekken bij Pieter en Marleen. Zij hebben weer een jo
ng poesje: Siepie. Voorheen moest je niets van poezen hebben. Je joeg ze achterna, als je ze
zag. Maar nu? Je was nieuwsgierig, maar je joeg Siepie niet op. Siepie was ook nieuwsgierig. Dus bleven jullie bij elkaar in de buurt, Siepie had beslist geen angst voor jou en al zou ze een klauwtje uitgeslagen hebben, jij vond het best!
In maart voor de laatste keer naar Oostenrijk. Je was voor die tijd al goed ziek geweest. De dokter was aan huis gekomen, omdat het baasje die dag aan staar geopereerd werd en het vrouwtje nog me
t 2 krukken liep en niet mocht autorijden. Door de antibiotica knapte je tot verrassing van de dierena rts weer zo goed op, dat we besloten je toch weer mee te nemen. Het tijdstip van inslapen was nog niet gekomen. Freek, Simone en Pepijn waren ook een week bij ons. Dus voor jou betekende dat, dat je Pepijn toch wel in de gaten wilde houden. En in Oostenrijk ging het je goed iets minder dan in december-januari, maar toch!
Bij terugkomst leek het aanvankelijk niet zo snel achteruit te gaan, totdat je iedere keer moeite had met plassen en je ontlasting. Het opstaan ging steeds moeilijker. je had zin om te blijven liggen en dan ineens stond je schel te blaffen of bij de baas zijn stoel met je kop langs zijn hand te strijken. Dan wilde je uit, maar vaak had je het dan al in de keuken gedaan. Je voelde het niet meer zo precies. Hoe precies niet, dat merkten we ook pas later, toen we je bij toeval op de mat zagen plassen, terwijl je ons met grote ogen aan stond te kijken. Onder het kleed kijkend bleek, dat je dit al vaker had gedaan. De ene keer at je je bak voer wel leeg, maar even gemakkelijk liet je hem staan. Ook je boterham met smeerworst waar je medicijnen voor je schildklier inzaten at je niet meer. Kortom je ging steeds sneller achteruit en dit ging ook, hoewel aanvankelijk voor ons heel moeilijk te bepalen, met pijn gepaard. De pijnstillers op het laatst hielpen wel wat, maar niet voldoende.
Het w
as moeilijk, heel moeilijk om de beslissing te nemen jou in te laten slapen. Iedere keer
als we er aan dachten, schoten we vol. Ik had niet verwacht, dat het ons zo’n verdriet zou doen afscheid te moeten nemen van jou. We stelden het uit, maar uiteindelijk viel de beslissing. Maandag 4 mei zou het ‘s ochtends gebeuren. Pjotr met wie je bijna groot gegroeid was, kwam nog afscheid nemen. Ineens leefde je op, blafte, rende om hem heen. We keken elkaar aan: toch uitstellen? We hebben het niet gedaan. We hebben afscheid genomen en zijn met je naar de dierenarts gegaan. Daar ben je ingeslapen zoals ze dat noemen. Maar zoals je tegen je tekenziekte babiosis hebt gevochten, zo vocht je nu tegen de narcose. het was heel akelig om je zo te zien gaan. We hopen maar, dat je toch door de narcose niet echt geleden hebt. We zien je op elke plek hier beneden in huis, op je plaatsje voor het raam, bij de tafel, in de serre, buiten in de tuin. We missen je, je laat een onverwachte leegte achter. Je was dan ook een kameraad 11 jaar lang voor mij, maar wel het meest voor jouw baas Nol. En daarom deze laatste groet, een uitkijk over de bergen: jullie twee peinzend kijkend ver weg hoog in de bergen.